Geel

Huisdichter Sander werpt een blik op de maandelijkse gemeenteraad

Wanneer de lokale N-VA-voorzitter Gert Van Hoecke op de dag van de gemeenteraadszitting een persbericht stuurt, dan weet je dat er ’s avonds iets speciaals te gebeuren staat. Wanneer het rommelt in de coalitie, slaat Van Hoecke graag op de trom. Eerder gaf hij het mobiliteitsplan, of met zijn woorden het ‘Plan Pareijn’, in mei 2019 een tweede zit. Nu blies hij in zijn persbericht warm en koud over de Zegge: de Zegge is heel belangrijk voor N-VA Geel en ligt al een tijdje vanboven op de stapel prioritaire dossiers, maar de nodige middelen moeten van Vlaanderen komen. Of, zoals hij het zo mooi op zijn christendemocratisch verwoordde: ‘Het staat als een paal boven water dat het leegpompen van het aanliggend gebied zo snel mogelijk moet stoppen, maar anderzijds zijn er heel wat landbouwondernemers die in de afgelopen tientallen jaren hier een succesvol bedrijf opgestart hebben.” Volgens Van Hoecke is het ‘geen óf landbouw óf natuur, maar kan de combinatie van natuurbeleid én economie hier een mooi verhaal vormen.’ Dat klinkt opvallend als een compromis à la Belge.

‘Wanneer de boeren niet meer klagen, nadert het einde der dagen,’ zo luidt de volkswijsheid. Dat we nog wel even goed zitten, bewees landbouwer en gemeenteraadsvoorzitter, Luc Van Laer, die zich heel even ontpopte als de spreekbuis van de Geelse Boerenbond. Hij lijstte zo maar even dertien klaagpunten op. Om zijn exposé te kunnen doen, moest hij wel even het stokje van voorzitter doorgeven aan partijgenote Griet Smaers. Van Laer begon wat klagerig door te zeggen dat landbouwers – och arme – geen bosdecreet, natuurdecreet of waterdecreet kennen, maar dat het Zeggegebied in de jaren ’60 wel ontstaan is uit ‘een schreeuw naar voedsel’ en om de streek er terug bovenop te krijgen. Daarna toverde hij een aantal cijfers boven: maar liefst één derde van de Geelse melk komt uit het Zeggegebied en zes van de zeventien bedrijven hebben een bedrijfsleider jonger dan veertig jaar. Bovendien zorgen de huidige speculaties over het karakter van het gebied, voor een sterke prijsdaling van de gebouwen en de gronden van de landbouwers. En die stonden natuurlijk al onder druk door de lage prijszetting. Ook het terughoudend vergunningenbeleid van de provincie, ‘die vergunningen tegenhoudt louter en alleen op basis van een terughoudend vergunningenbeleid,’ was een doorn in het oog. Verder stelde Van Laer dat de studies over het Zeggegebied heel wat aannames bevatten die nooit onderzocht zijn. Zo stelde een Pano-reportage over droogte in Vlaanderen dat het landbouwgebied een meter gedaald is. Maar die ‘daling’ – daalt het nu of blijft het constant – is volgens de landbouwers altijd geweest: hoe kan het anders dat de gebouwen hier geen letsels van vertonen en dat de duikers onder de wegen nog allemaal op dezelfde plaats zitten? Tot slot wees Van Laer er nog op dat de mestactiemeetpunten van het Zeggegebied tot de toppers van Vlaanderen behoren, door het goede werk van de landbouwers. Slotsom? Onze landbouwers hebben ‘zo snel mogelijk’ duidelijkheid nodig en als ze moeten vertrekken, moeten ze ook eerlijk vergoed worden om elders een zelfde bedrijf op te kunnen starten. Verder studiewerk moet oplossingen bieden om landbouw en ecologie hier samen te laten gaan.

Hiermee landde Van Laer dus op exact dezelfde plaats als Van Hoecke. Het urgente probleem van de Zegge moet verder onderzocht worden: een eco-hydrologische studie zal soelaas moeten bieden, voor zowel natuurgebied als de landbouwer. Over een jaar organiseren we een conferentie met alle betrokken actoren en dan zien we wel weer verder. Zo bedienden beide coalitiepartners hun kiespubliek zonder scheuren: N-VA profileerde zich als een eco-realistische partij en CD&V stond pal voor de Geelse landbouwers. Met extra studiewerk wordt de angel uit het hete dossier getrokken. En de boer? Die ploegde voort.

© Sander Verwerft